Krachtig Vakmanschap

Krachtig Vakmanschap is de titel van mijn boek in wording. Het wordt een handboek voor iedereen die het beroepsonderwijs een warm hart toedraagt en behandelt 6 thema’s. Voor 4 thema’s heb ik al prachtige vakmensen gevonden voor een interview. Voor de thema’s ‘leiderschap’ en ‘ruime en kaders’ zoek ik inspirerende voorbeelden. Wil je mij helpen? Tips zijn van harte welkom! Hieronder de inleiding en aanleiding om dit boek te schrijven.
Op 19 jarige leeftijd startte ik met mijn eigen kleding atelier en had ik een droom voor ogen: de beste kleermaker worden van de wereld. Al in de eerste week viel mij op dat mijn kersverse klanten opdrachten voor mij hadden die in niets leken op wat ik op school leerde. Zij vroegen kennis en vaardigheden van mij die ik (nog) niet bezat. Dit was mijn eerste verbazing over onderwijs: waarom heb ik iets geleerd waar niet naar gevraagd wordt en niet geleerd wat ik nodig heb.
Na 3 maanden kreeg ik mijn eerste stagiaire. Een ding wist ik zeker: zij gaat alles leren wat ik gemist heb. Vanaf dat moment ben ik in gesprek geweest met scholen, kenniscentra, branche organisaties en collega’s in mijn netwerk om te doorgronden waarom onderwijs en werkveld niet op elkaar afgestemd zijn.
Door de gesprekken ontdekte ik dat er veel aannames en oordelen over elkaar leven. Onderwijsinstellingen vonden dat zij het prima deden, bedrijven vonden dat zij het beter wisten en school het niet aanleerde waar zij op zaten te wachten, brancheorganisaties voelden zich niet gehoord door de politiek en het onderwijs, voor leerlingen stond school vaak synoniem aan moeten, maar de stage was weer wel heel leuk en vice versa op alle manieren.
Ik ontdekte dat niemand echt tijd nam om naar het verhaal van de ander te luisteren. Ik miste een gezamenlijk doel: er allemaal van leren en tot nieuwe inzichten komen. Mijn interesse voor de dialoog was geboren.
Mijn tweede verbazing kwam zo’n 15 jaar later: ik wilde docent worden, om mijn prachtige ambacht goed over te dragen aan jonge mensen die voor zichzelf een toekomst in de kleermakerij voor zich zagen. Daar bleek geen opleiding voor te bestaan. Mij werd de opleiding docent pedagogiek – didactiek aangeraden, dan zou ik voldoende bagage hebben om als docent voor de klas te staan.
Mijn gedrevenheid, mijn perfectionisme, maakte dat ik tot het uiterste ging (en nog steeds ga) om mij vaardigheden toe te eigenen die ik ergens voor nodig had. Voortdurende reflectie op mijn eigen handelen deed mij steeds weer ontdekken dat het nog beter kon. Hierdoor ontdekte ik dat ik dan wel didactisch onderlegd was, maar dat het overbrengen van een ambacht om een specifieke didactiek voor dat ambacht vraagt. Kennis van het ambacht alleen is niet voldoende. Terug redeneren, de eerste stappen in je werk analyseren en via vragen en coachen de leerling begeleiden in zijn ontwikkeling, is iets heel anders dan voordoen en verwachten dat de leerling het daarna wel snapt.
Ruim 33 jaar later, en ongeveer 50 stagiaires en heel veel leerlingen verder, is mijn bedrijf verkocht en werk ik voltijd aan en in het beroepsonderwijs. De afgelopen jaren heb ik als onderwijsdeskundige, beleidsadviseur, onderwijsadviseur en opleidingsmanager (ad interim) veel gesprekken gevoerd over onderwijs met teams, leidinggevenden, leerlingen / studenten, onderwijskundigen, en iedereen die ik hiermee niet opsom, die zich in hoge mate bij het beroepsonderwijs betrokken voelen.  Het beroepsonderwijs draag ik een bijzonder warm hart toe en veel waardering.  Met dit boek spreek ik de wens uit van elkaar te leren, echt naar elkaar te luisteren en door te doen samen naar nog meer verbinding tussen onderwijs en ‘echte wereld; te zoeken.
Elk hoofdstuk onderzoekt een thema, brengt met interviews voorbeelden in kaart en eindigt met de kern van ‘dat wat werkt’ voor de centrale persoon in het interview. De verhalen geven een inkijkje in de praktijk van beroepsbeoefenaren die mij bijzonder inspireren in het beroepsonderwijs, door passie voor het ambacht en de manier waarop zij dat uitstralen. Elk hoofdstuk eindigt met tips voor de eigen praktijk over:
  • Verbinding
  • Plezier
  • Authentiek gedrag
  • Eigenaarschap
  • Leiderschap
  • Ruimte en kaders
Deze mensen zijn vaak kunstenaars in differentiëren binnen klassen die samengesteld zijn uit alle leerwegen, leerjaren en niveaus. Zij ademen het over te brengen ambacht en vinden allerlei manieren om dat enthousiasme ook bij de leerling ‘aan’ te zetten.
*Overal waar ik leerling schrijf kan dit vervangen worden door student, deelnemer, lerende, etc.
*Overal waar ik docent schrijf kan dit vervangen worden door leraar, leerkracht, opleider, etc.

Werkdruk(temakers)

Werkdruk?

Werk, werken, druk en werkdruk, volgens de Online Van Dale

1 op de 3 werkenden ervaart werkdruk. in het onderwijs is getal veel hoger: bijna 2 op de 3 werkenden ervaart (hoge) werkdruk. Wat is werkdruk precies en wat doe je er aan of juist tegen? 

Tijdens de NOT in de jaarbeurs geven Ton Bruining en ik een workshop over werkdruk. In de aanloop daar naar toe en de voorbereidingen stel ik mijzelf een aantal vragen. De gevonden antwoorden plaats ik hier.

Als eerste actie heb ik het woord uit elkaar gehaald en verdeeld in het werkwoord “werken”, de zelfstandige woorden “werk” en “druk” en tot slot weer samengevoegd tot “werkdruk”. 
Betekenissen volgens de VanDale online in de afbeelding hiernaast.

Betekenis Werkdruk n.a.v. woord onderzoek(je):

Volgens de VanDale is werken en werk bij voorkeur dus een bezigheid, waar je als het goed is, ook nog voor betaald krijgt. Tegelijkertijd kan werk een uitwerking op je hebben: (bijvoorbeeld op je zenuwen werken) en vraagt het inspanning, moeite van de werkende, maar ook kracht. 
Druk is ook een mooi woord: het betekent niet alleen veel werk hebben of meebrengen, maar ook: onrustig en beweeglijk. Dat is interessant! als we dan de woorden weer koppelen krijgt voor mij “werkdruk” de volgende betekenis: “onrust door veel werk hebben”. Hm? is dat inderdaad wat alle mensen voelen als zij klagen over werkdruk? En is dat de ervaring die wenselijk is? 

Werkdruk: gevolg of keuze?

Er zijn veel theorieën en verklaringen te vinden over werkdruk, de gevolgen en de aanleiding. Wat mij nu opvalt is dat ervaren van druk in alle gevallen terug te leiden is naar jezelf. Hoe richt je zelf je werk in? Wat pak je op en waar zeg je nee tegen? Met wie werk je samen? Welke verwachtingen heb jij van de ander en de ander van jou?

Met mijn partner Dick maak ik gebruik van de BigFiveForLife theorie: focus op de doelen die je echt wil volbrengen, waardoor je geen druk ervaart en alleen doet wat je echt wil. dit vraagt om keuzes: als je niet kiest komt alles op je af en kun je eigenlijk niets echt afmaken of bereiken, omdat het teveel is. als je focust weet je wat je taak is, waar je naar toe wilt en vraag je de mensen in jouw (werk) omgeving om hulp. De samenwerking die hierdoor ontstaat is inspirerend en geeft “flow” aan je werkzaamheden om je doel te bereiken.

Boekcover Tony Crabbe


Lees je het boek “nooit meer te druk” van Tony Crabbe, dan kom je tot een soortgelijke conclusie: druk zijn is een keuze en hij roept op tot nadenken. Bijvoorbeeld:”wil jij dat jouw kenmerk drukte is?” Ben jij een persoon die iedereen zich herinnert als iemand met werkdruk? Of zorg jij er voor dat jouw echte kernkwaliteiten als een “merk” aan je kleven? 

De vraag is: wat wil jij bereiken? Gelukkig werken vanuit flow? Succesvol werken omdat je keuzes durft te maken? 

Ook bij Tony Crabbe draait het om focus, keuzes maken en de juiste mensen inschakelen tijdens je werk. Maak je keuzes, dan ervaar je minder druk en wordt een keer “nee” zeggen steeds eenvoudiger.

Vervolg: 

De komende maanden plaatsen mijn collega’s en ik regelmatig een item over werkdruk (in het onderwijs). Heb je input voor ons? Wil je meepraten? Neem contact op of plaats een reactie! Dat stel ik bijzonder op prijs!





Altijd vakantie, waar je ook bent!

We zijn weer terug van vakantie, een heerlijke vakantie! Wat een ervaring: alleen wij ,
met elk een rugzak. Geen auto, geen fiets, alles lopend en openbaar vervoer en vooral: geen spullen!

Een heel fijne en bijzondere ervaring: zo bevrijdend om niet meer te kunnen gebruiken dan wat je bij je draagt op je rug en daar dan ook gewoon alles mee te doen! Heerlijk om zo vanuit de basis te leven.

Het grappige is dat je ontdekt dat mensen die je tegenkomt ineens anders naar je kijken, je vragen of ze je kunnen helpen en net even extra aandacht geven en dat in een gebied waar ze het zelf niet zo gemakkelijk hebben (Noord Italiaanse Alpen bij de Franse grens). Wij ontmoetten een en al vriendelijkheid, openheid en gastvrijheid.

Bij de een mochten we spontaan in huis overnachten, bij de ander kreeg je een cadeautje mee voor onderweg, op de campings deelden andere vakantiegangers hun stoelen en wijn met ons, echt geweldig om mee te maken.

Onderweg bracht ons dat ook inspiratie, voor ons eigen leven en voor nieuwe trainingen. Dick en ik gaan hard aan de slag met de uitwerking. We willen graag met een groep of team de Ardennen in, of wie weet ook de Alpen, met het doel dichter bij jezelf komen. Hoe we het gaan doen weten we nog niet precies. Het is een proces dat steeds meer vorm krijgt en ieder geval leidt tot een concreet plan van aanpak als je weer terug bent in je eigen huis, op je eigen werk.

Hieronder een overzicht van onze bepakking, onderweg hebben we geleerd dat we nog minder mee konden nemen dan wij hadden, wat hier staat is wat wij een volgende keer ook mee willen nemen. De rugzak van Ageeth weegt ongeveer 10 kilo (inclusief water), die van Dick was nu erg zwaar (bijna 25 kilo), de volgende keer komt hij met onderstaande lijst niet boven de 15 kilo.

Inhoud rugzak:

  • 4 onderbroeken
  • 2 topjes
  • 2 T-shirts
  • 1 korte broek
  • 1 zomerjurkje (haha niet voor Dick natuurlijk :-))
  • slippers
  • minimale hoeveelheid toiletartikelen: kam, tandenborstel en tandpasta, kleine flacon bodylotion en zonnebrandcrème
  • zaklampje
  • regenjasje
  • 1 vest
  • bikini of zwembroek
  • microvezel handdoek
  • slaapzak
  • luchtmatrasje
  • lakenzak
  • wandelstokken 
  • mok
  • superlichte opvouwbare lepel en vork
  • zakmes
  • 2 liter waterzak 
  • wandelkaart gebied
De enige lange broek was de super(niet)sexy afritsbroek. Vreselijk ding, maar reuze praktisch. Dick had het iets zwaarder: hij droeg onze tent mee en de jetboiler om te koken.

MBO docenten meer uitdagend aan de slag?

De kop boven een artikel in MBO-today van 10 juni 2016 luidt: MBO-leerlingen willen meer uitdagingen. Ondanks het feit dat de helft van de leerlingen tevreden is, is dus de andere helft niet tevreden, mist uitdaging en motivatie. Een uitslag waardoor ik mij afvraag: kunnen we daar eens over doorpraten? Wat heeft de gemiddelde leerling nodig om wel gemotiveerd te raken en uitdaging te voelen? Hieronder mijn blik op deze vragen.
Beeld
In mijn eigen werksetting als adviseur ben ik er van overtuigd dat je wat je van de ander vraagt ook zelf oefent, door-oefent, evalueert en beheerst. In veel Mbo scholen die in mijn werk voorbij komen, spreek ik met verschillende studenten, docenten en leidinggevenden. Van studenten hoor je inderdaad vaak dezelfde verhalen: “we werken teveel achter de computer” of “we werken teveel zelfstandig, ik heb geen begeleiding” of: “de docent weet helemaal niet hoe het op mijn stage is en zegt alle verkeerde dingen”.
Dat werkt demotiverend voor de student en wat weer doorwerkt op de docent, want de student is niet gemotiveerd, dus krijg je een neerwaartse spiraal van demotivatie in de school.
Practise what you preach
Docenten hebben terecht verwachtingen van studenten. Deels is het echter onterecht: vaak vraagt de docent iets van de student, wat in de school organisatie zelf niet gebruikelijk is:
  • samen aan een opdracht werken,
  • samen leren in een groepje,
  • reflecteren op eigen werk en dat van elkaar.
Wat houdt de docent tegen om zelf deze werkvormen samen met het team toe te passen om blijvend een lerende organisatie te zijn / worden? We verwachten creativiteit en innovatie van studenten terwijl we dat zelf niet altijd toepassen. We vragen een nieuwsgierige, open, lerende houding van studenten, bij voorkeur in samenwerking met elkaar. Doen we dat zelf eigenlijk wel? Hoe reflectief is de docent op zijn eigen handelen? Op de wereld om hem heen?
Ook hoogleraar Marjan Vermeulen benoemd in haar oratie het belang van samen leren en praten met elkaar in het team over de praktijk van alle dag. Wat hebben docenten nodig om dat voor elkaar te krijgen? Gaat dit hand in hand met de motie van Paul van Meenen omtrent de verlaging van het gemiddelde aantal lesuren? Zit daar de oplossing of gaat het om iets heel anders als een cultuur- en gedragsverandering?
Verbind door uitdaging te zoeken in de professionele dialoog
Zelf geloof ik in dat laatste: cultuur- en gedragsverandering. Er zijn uitermate betrokken docenten die vernieuwend en reflectief kijken naar de eigen lessen. Met elkaar delen, al is dat al weer wat minder zichtbaar. Hoe de verdeling is tussen docenten heb ik niet in een onderzoek kunnen vinden, maar ik schat in dat dit net als de uitslag van de JOB enquête, ongeveer om de helft van de docenten gaat. Eén helft die zichtbaar uitdagend werkt en één helft waar dat niet zichtbaar is. Kunnen we met elkaar in een dialoog praten over motivatie, proactief innoveren en leren organiseren naast een lerende organisatie zijn? Dick en ik dagen  je uit!

21th century skills uit het jaar 0?

  • elen op LinkedIOordeel- en aanname vrij luisteren, het beste uit je leerling / student halen.
  • Oordeel- en aanname vrij luisteren, het beste uit je leerling / student halen
    De media roept in grote letters: ”Scholen begeleiden leerlingen onvoldoende” en “nivellerend onderwijs vergroot juist verschillen”. In de Tweede Kamer is 3 november 2015 de motie Jadnanansing / Straus aangenomen over het belang van loopbaan oriëntatie en begeleiding. Door deze berichten vraag ik mij af: wat is er aan de hand? Hoe komt het dat iedereen ontzettend zijn best loopt te doen en we toch nog steeds niet het beste uit elke leerling of student weten te halen?
    Pas op de plaats
    De docent is een belangrijke spil in de opleiding van elk jong mens. Van deze docent verwachten we veel: kennis, administratieve handelingen, toetsen, enthousiasme en oh ja: ook nog oog en oor voor elke individu in de klas. Het is tijd voor een pas op de plaats,  terug naar de start en nadenken over wat heeft iemand nodig om tot leren te komen.
    Aandacht  is daarin een sleutelwoord. Alles wat aandacht krijgt, groeit en ontwikkelt zich. Geven we voldoende aandacht aan elke leerling in de klas? Nemen we voldoende tijd om in gesprek te gaan en  vooral: echt te luisteren? Of laten we ons teveel leiden door randvoorwaardelijke aspecten en de waan van de dag?
    Luister!
    Iedereen praat over 21th century skills, maar de vraag is: beheersen we de oeroude skills van voor het jaar 0 voldoende? Het belang van goed luisteren en vragen stellen, op basis van de uitspraken van je gesprekspartner werd al herkent door Socrates. Socrates confronteerde zo’n 2500 jaar geleden zijn leerlingen met de verschillen die hij opmerkte tussen hun woorden en hun daden. Door vragen te stellen motiveerde hij zijn leerlingen beter na te denken over hun eigen opvattingen en op zoek te gaan naar de waarheid. 
    Socrates maakte zich niet bij iedereen geliefd door zijn manier van vragen stellen, hij kreeg de bijnaam “de horzel”, omdat hij letterlijk alles in twijfel trok en overal op door bleef vragen. Zijn manier van doorvragen vormt de basis voor een methode die in het begin van de vorige eeuw in ere herstelt is door Nelson en Heckman. 
    Socratische houding.
    Past de Socratische dialoog in het onderwijs? Mijn antwoord is ja, zeker! Een echte socratische dialoog kent geen begin en eindtijd en kan daardoor in onze tijd te langdurig zijn. De Socratische houding en aspecten van de dialoog, zoals luisteren, je verplaatsen in de ander en doorvragen direct toepasbaar in diverse werkvormen: gesprek met de leerling, kringgesprekken, gesprekken met de ouders, loopbaangesprekken, etc.
    21th century Skills of skills uit het jaar 0?
    Stel jezelf de vraag: hoe start ik een gesprek met mijn leerling? Ben ik vrij van aannames, meningen en oordelen? Luister ik echt  naar de leerling, zonder voorgekookt antwoord in mijn hoofd?
    Ik ben er van overtuigd dat de grondhouding van de docent van cruciaal  belang is voor de begeleiding van de leerling. Veel docenten beheersen verschillende gesprekstechnieken en komen toch niet tot de kern in een gesprek met de leerling. De waan van de dag, drukte in ieders hoofd en werkdruk zorgen voor “ruis”, waardoor het gesprek onvoldoende open tot stand komt. 
    Een “Socratische houding” kun je goed oefenen, gewoon doen:
    Stel je open voor de dialoog zonder van tevoren zelf de
            uitkomst te bedenken. 
    Luister open en oprecht
    Vraag door, gebruik in je vragen de woorden van de ander
    Denk niet tegen de ander, maar met de ander: verplaats
            je in zijn gedachtegang
    Onderzoek argumenten van de leerling om iets wel of niet te doen
    Laat de leerling zelf doelen, mogelijkheden of oplossingen
            formuleren.
    De kunst van het vragen stellen is niet eenvoudig! Wel boeiend. Door te oefenen en je bewust te zijn van je rol in de dialoog, merk je meer en meer wat deze houding je oplevert in gesprekken met de leerling en zal uiteindelijk de begeleiding concreter en beter zijn.
    Wil je oefenen buiten de klas? Van harte welkom voor een workshop!

Hoe wil jij dat jouw ‘levensmuseum’ eruit ziet?

Wat als alles wat jij gedaan, gezien, gezegd en ervaren hebt in jouw persoonlijke museum komt? Hoe ziet jouw levensmuseum er dan uit? Deze inspirerende video geeft heel mooi de essentie weer wat de Big Five for Life inhoudt.

Je eigen Big5 ontdekken? Dat kan onder andere tijdens ons Discovery weekend in Hoepertingen België, 23 t/m 25 januari 2015.  Start het nieuwe jaar fris en energiek, zorg dat je museum goed gevuld raakt!

meer info: www.zumer.nl, of mail naar info@zumer.nl 

leren via vragen: de beste leerplaats is…

Er wordt van kinderen veel gevraagd: we vragen ze al jong te kiezen voor een beroep of op zijn minst een richting. Vandaag was ik op een bijeenkomst met kappers, onderwijsmensen, Hoogleraren Marinka Kuijpers en Aryan van der Leij. De bijeenkomst ging over “uitval tijdens de stage”. Komt het vaak voor, wat is de reden en kunnen we uitval tijdens stage voorkomen? Helaas komt het relatief vaak voor dat een leerling uitvalt tijdens de stage.

Wat gaat vooraf aan stage? Beroepskeuze. De leerling wordt geacht een keuze te maken voor een beroepsopleiding tijdens zijn loopbaan in het voortgezet onderwijs. Hoe komt die keuze tot stand? Wat doen wij, onderwijs, directe omgeving kind, bedrijfsleven, om deze keuze te ondersteunen? 
Wat vragen wij eigenlijk van een kind? Kent het kind zichzelf al goed genoeg om een keuze te maken? Waar heeft het meestal mee te maken?
Dat laatste kan ik beantwoorden: onze afrekencultuur. Vanaf de start op de basisschool onderwerpen we alle kinderen aan toetsen. We kijken niet naar wat het kind al kan en waar het goed in is, maar plaatsen het op een schaal in vergelijking met andere kinderen en labelen elk kind met een waardeoordeel. Op basis van deze labeling, gaan we met het kind om: jij kunt iets niet zo goed, dus daar gaan we ons druk om maken. Wat je wel kunt, daar gaan we even niet mee verder.
Zo leert een kind zijn eigen vaardigheden niet kennen. Daardoor weet een kind ook niet waar hij goed in is, want dat is nooit verteld, alleen waar hij niet goed in is, vooral op de “lagere” niveaus. 
Dat kan anders! Om een kind echt te begeleiden naar een vervolgopleiding of welke andere keuze dan ook, help je hem het best door vragen te stellen, waardoor het denkproces op gang komt. Dat betekent dat je een vraag stelt en rustig wacht op een antwoord. Niet zelf alvast een antwoord gaat invullen als het even duurt voor een antwoord komt. Geef een kind / leerling tijd om na te denken en stel eens een andere vraag dan: wat heb je vandaag geleerd? of hoe was het vandaag? 
De kans is groot dat je een heel ander antwoord krijgt als je vraagt: waar ben je in de afgelopen week tijdens je stage nu echt heel blij van geworden? Of: wat ben je tegengekomen op je stage waardoor je ’s nachts niet kon slapen omdat je ergens boos of verdrietig van werd? Als je de leerling gelegenheid geeft daar over na te denken, dan start het leerproces: het inzicht dat hij daar iets heeft geleerd, iets goed of verkeerd heeft gedaan, maar beide keren: iets geleerd!

Ik ga specifiek verder met de stages bij de kappers. Hoe kunnen we de stages verbeteren? Wat heeft de kapper / praktijkopleider nodig om de stage een echte leerplaats te maken? Wat heeft de leerling nodig om tot leren te komen? Wat kan de opleiding ondernemen om de verbinding tussen alle partijen tot stand te brengen.Ik ben het met beide eerder genoemde hoogleraren eens: we benaderen leerlingen / kinderen teveel vanuit onze hedendaagse afrekencultuur en gaan te veel voorbij aan alle dingen die ze wel goed doen. Daarbij gaan wij er vaak vanuit dat iets “logisch”  is:  iedereen weet dat, dus ook de leerling / het kind. 
Maar hoe kun je iets weten wat  nog nooit aan je verteld is? Vanuit die gedachte ga ik samen met onderwijs en kappers nadenken over de beste manier om duidelijk, eenduidig en consequent, echte leermomenten voor leerlingen neer te zetten, waarbij alles wat wel goed gaat voorop staat!

MBO: de Denkende Doener en de omgekeerde leerweg

Vandaag was ik bij een bijeenkomst van Tanja Jadnanansing en Erica Aalsma. De brief die 2 juni dit jaar door minister Bussemaker werd verstuurd is besproken, met het doel: input voor het komende Kamerdebat over deze “juni” brief. In de brief staat kwaliteit van onderwijs centraal. Om kwaliteit te bereiken worden meerdere toekomstige maatregelen voorgesteld. Maar:  bereik je met die maatregelen je doel?

Vandaag waren mensen uit diverse geledingen aanwezig: docenten, schoolleiders, bedrijfsleven, toetsinstituten, onderwijsadviseurs, etc. Allemaal met een eigen mening en een eigen uitgangspunt. Goede ideeën, minder goede ideeën, alles zat er bij. Boven alles viel mij op dat veel mensen blijven denken vanuit: jaren ’90, inspectie kaders, schoolvakken, regelgeving, etc. kortom: eigen referentiekaders. Veel mensen blijven vanuit een bepaald beeld, een aanname,  kijken naar de vraag die ons gesteld wordt: wat vinden jullie van de brief en welke adviezen geven jullie mee voor het Kamerdebat?

Wat maakt het zo moeilijk aannames en eigen meningen los te laten en eens helemaal vanuit mogelijkheden naar beroepsonderwijs te kijken? De daar boven hangende vraag is: hebben wij diverse wetten en regelgeving nodig om beroepsonderwijs en bedrijfsleven echt tot samenwerking te bewegen?

Mijn antwoord daarop is nee. Maak onderwijs flexibeler. Bedien het kind, de leerling, op het niveau dat hij nodig heeft. Bouw met elkaar aan een systeem dat prachtig maatwerk levert, zowel voor de leerling als voor het bedrijfsleven. Dat kan zijn:

  • Veel theorie of juist veel praktijk. 
  • Brede beroepsopleiding, of juist een heel smalle
  • School (BOL) of juist al aan het werk (BBL)
  • Lang opleiden of juist een kort traject.
  • Taal en rekenen landelijk examineren of juist inbedden in de beroepscontext.
De grote overal boven hangende vraag is: wat heeft het bedrijfsleven in de toekomst nodig en nog veel belangrijker: hoe helpen wij de leerling een goede keuze maken, waardoor hij een goede start maakt op de arbeidsmarkt en gelukkig is met het beroep dat hij uitoefent? 
Laten we meer energie steken in elk individu, zodat een kind al jong leert zichzelf te kennen en erkennen, zijn vaardigheden leert waarderen en ontwikkelen. Zodat het kind een keuze kan maken, waarmee hij verder werkt aan zijn eigen toekomst, op de manier die het best bij hem past. 
We willen te gestructureerd en vooral te snel. Maatregelen lijken door kosten vraagstukken gedreven te worden, in plaats van door concrete behoeftes vanuit de leerling en de arbeidsmarkt. 
Ik zou liever samen op zoek gaan naar een nieuwe, flexibele vorm van leren, Een vorm waarin theoretisch georiënteerde leerlingen bedient worden, praktische leerlingen bedient worden en leerlingen die het nog niet weten de ruimte krijgen verder onderzoek te doen naar eigen vaardigheden en wensen. 
Onderwijs op maat, waardering voor elke vakman. We roepen het met zijn allen al heel lang. Ondertussen laten we ons leiden door inspectienormen, prestatie afspraken, kwalificaties, etc. 
Wat gaan we doen om het echt te realiseren?
Alles hierboven neemt niet weg dat er vanmiddag veel goede dingen gezegd zijn, veel mensen willen niets liever dan dat onderwijs aansluit bij de behoefte van de leerling en de arbeidsmarkt. Voor zover een geslaagde middag! Nu de vraag: wie gaan actief meewerken aan de realisatie?

Socratisch gespreksleider

Uitzicht Palmadula, Sardinië

Na een heerlijke vakantie op het prachtige Sardinië, heb ik met mijn partner een training socratisch gespreksleider gevolgd. De training vond plaats in een kasteeltje in België en duurde een volle week, best heftig! Tegelijk enorm leerzaam en fijn om te doen.

Het socratisch gesprek komt van de Socratische methode. Socrates confronteerde zo’n 2500 jaar geleden zijn leerlingen met de verschillen die hij opmerkte tussen hun woorden en hun daden. Door vragen te stellen motiveerde hij zijn leerlingen beter na te denken over hun eigen opvattingen en op zoek te gaan naar de waarheid.

Socratisch gespreksleider? Wat is het:
Het socratisch gesprek is geen brainstorm, discussie of debat, maar een dialoog. De dialoog draait niet om het bereiken van consensus, maar helpt je denken in vragen i.p.v. antwoorden over een vraagstuk. Je luistert goed en hebt begrip voor elkaars standpunten. De verschillen in inzichten worden duidelijk door op zoek te blijven naar de essentie van je eigen opvatting en die van de ander.
De gespreksleider stelt zich onwetend op en laat zijn eigen mening over een vraagstuk of situatie helemaal buiten het gesprek.

Veel van de gesprekken die wij voeren, zowel zakelijk als privé, zijn eigenlijk eenrichtingverkeer, mededelingen, discussies, etc. Meestal heeft een overleg een doel voor ogen en moet dat doel binnen een bepaalde tijd, liefst met volledige consensus van alle deelnemers bereikt zijn.
In een Socratisch gesprek gaat het niet om bereiken van consensus of een doel bereiken binnen een bepaalde tijd. Het gesprek draait wel om de dialoog met elkaar, waarin de deelnemers meer inzicht krijgen in elkaars gedachtegangen, meningen en opvattingen. Het is een “denk gesprek”. Door dit inzicht ontstaat meer begrip voor elkaar. Een echt Socratisch gesprek is niet aan tijd gebonden en kan zelfs weken duren of nooit “af” zijn!

Waarom Socratisch gespreksleider?
De training heeft mij opnieuw bewust gemaakt van het feit dat iedereen geneigd is vanuit zijn eigen interpretatie en beleving een opdracht, situatie of gebeurtenis in te vullen. Het is altijd jouw eigen waarheid. Vaak vergeten we eerst eens door te vragen: wat bedoelt de ander nu precies? Is dat wel hetzelfde als wat ik denk dat hij bedoelt?
In elk gesprek vraag ik mij af of ik de ander wel goed begrijp en wat ik kan vragen om daar achter te komen. Dat brengt mij veel!  Wat in eerste instantie langer lijkt te duren, is juist sneller: door het stellen van vragen achterhaal je wat de ander precies bedoelt en daardoor kun je sneller praten over datgene waar het om draait: de kern van een verhaal.

Ageeth en Dick 2014, Sardinië 

Ook al leid ik niet dagelijks een Socratisch gesprek, het doorvragen neem ik overal in mee. Samen met de teams waarmee ik werk, onderzoek ik onderwerpen of situaties die een verdieping nodig hebben onderzoeken  met behulp van een Socratisch gesprek.

Zin om ook eens een Socratisch gesprek te voeren met mij of mijn partner? Laat het weten!

Leren…., Wie wil ECHT opleiden?

Vandaag had ik een interessant gesprek met een zeer gemotiveerde kapper. Hij draagt graag aan jonge mensen over wat zijn verwachtingen zijn van de leerling. Wat komt er kijken bij leren? Boven alles is hij geïnteresseerd  in de ontwikkeling van de mens: wie ben jij, wat maakt je uniek als mens en hoe helpen wij elkaar in het leerproces?

De kapper heet Ronald Pronk, van Jitty’s hair and make up in Amsterdam. Ronald verwacht motivatie van zijn leerlingen, tegelijkertijd laat hij zich niet uit het veld slaan door een eerste indruk, of ongenuanceerd gedrag. “Lastige leerlingen” zijn bij hem ineens geen probleem leerling meer. Hoe doet hij dat?

Het is zo simpel, dat je eigenlijk jezelf de vraag gaat stellen: waarom doet niet iedereen het zo?
Het recept is eenvoudig:
Kijk naar de mens als geheel: wat zie je? De leerling is een jong mens, een onzeker mens.
Wat heeft een jong mens nodig? Begeleiding, veiligheid, zekerheid en vertrouwen.
Hoe doe je dat? Wees duidelijk: benoem wat je ziet en wat je verwacht van de leerling. Laat hem fouten maken, zodat hij van zijn fouten leert.
Houdt de leerling zich niet aan de afspraken: geef feedback, wijs de leerling op de afspraak en vertel dat je verwacht dat hij zich aan de afspraak houdt. En vooral: wees consequent! Laat jij zelf niet het gedrag zien wat je van de leerling verwacht, wat verwacht je dan eigenlijk van de leerling?

Het ROC van Amsterdam wil leerlingen zo goed mogelijk voorbereiden op stageplaatsen en leer-werkplaatsen. Veel van hun leerlingen krijgen maar met moeite een stage- of leerplaats. Om de leerling in de voorbereiding extra te helpen heeft Ronald een lezing gehouden voor 70 leerlingen. De leerlingen waren onder de indruk en werden zich bewust van de gevolgen van hun eigen gedrag! Een mooi resultaat!

Samen denken we nu na over een vervolg; hoe kunnen we zo veel mogelijk partijen ondersteunen bij de bewustwording van hun rol in opleiden? Wat is de rol van de leerling? En welke rol heeft de praktijkopleider of de school?
Een ding staat als een paal boven water: als je niet tevreden bent over wat er om je heen gebeurt, in dit geval: het kappersonderwijs: vraag je dan eens af wat je zelf kunt doen om daar verandering in aan te brengen! Want de enige op wie je directe invloed hebt,  ben jij zelf!