Wie wint de BKRK-award?

Bekendmaking 3 nominaties BKRK-award #Textiel

#KrachtigVakmanschap vind je overal: in Domein Bokrijk organiseren ze er zelfs een hele wedstrijd omheen. De BKRK-wedstrijd bestaat uit het ontwikkelen van een product, dienst of onderzoek dat het authentieke vakmanschap textiel vertegenwoordigt in gebruik, techniek, materiaal en duurzaamheid. Dit jaar ligt de focus op textiel: mijn oude interesse!

Na verschillende jurymomenten zijn vorige week de finalisten bekend gemaakt: Julie van den Boorn, Salvatore Caltabellotta en Les Monseigneurs (Thomas Renwart en Victor Verhelst) dienden de sterkste dossiers in. Sinds maandag kan het publiek stemmen voor zijn of haar favoriete inzending. Ik heb mijn keuze gemaakt. Wie mag van jou de BKRK-award winnen? Breng je stem uit op de website 

Hieronder het eerder verschenen persbericht:

Reeds enkele jaren staat Bokrijk gekend om de BKRK-wedstrijd die het jaarlijks organiseert. Met het oog op de pijler VAKlab, die sinds maart 2018 gevestigd is in het Kasteel van Bokrijk, zet de BKRK-award dit jaar sterk in op ondernemerschap. Die boodschap werd ook duidelijk gecommuniceerd naar de deelnemers. Meer dan 55 ondernemende vakmensen dienden een sterk dossier in eind april. “We kregen voor deze vijfde BKRK-editie niet alleen inschrijvingen uit Limburg, maar ook uit heel Vlaanderen énNederland” aldus Igor Philtjens, voorzitter van vzw Het Domein Bokrijk en gedeputeerde voor Toerisme en Erfgoed. “Allen met aandacht voor authentieke technieken die op een hedendaagse manier worden ingevuld. Duurzaamheid, creativiteit en innovatie staan hierbij centraal.”

Nadat er tijdens een eerste jurymoment 10 dossiers werden geselecteerd vond in mei een meet & greet plaats. Juryleden Tim Van Steenbergen (ontwerper en creatieveling), Ilse Dedeken (onderneemster en zaakvoerder van Verilin), Ruth Goossens (hoofdredactrice van Knack Weekend) en Pascal Cools (managing director van Flanders DC) maakten persoonlijk kennis met de mensen achter de dossiers. De deelnemers kregen na afloop de tijd om hun inzending te finetunen en op basis van het definitief dossier werden drie finalisten uitgekozen.

Onder hen het duo Thomas Renwart (textiel ontwerper) en Victor Verhelst (grafisch ontwerper), ook wel gekend als ‘Les Monseigneurs’. Zij zijn vanuit hun verschillende achtergronden samen op onderzoek gegaan naar hoe ze hun grafische tuin kunnen vertalen in textiel. De natuur die ze scheppen kan gezien worden als de plaats waar materie, vorm, kleur en poëzie elkaar vinden. Ook Salvatore Caltabellotta zit met zijn inzending‘Woven Memories’ in de selectie. Zijn project analyseert de therapeutische werking van het maken van textiel en onderzoekt de integratie van textiel in nieuwe vormen van creatieve therapie. De derde finalist, Julie van den Boorn, wil met haar materialenkennis de circulaire economie een boost geven. Ze wil mensen inspireren om hernieuwbare materialen een onderdeel van hun leven te laten worden.

Van 1 juli tot en met 30 september 2019 kan er via de website www.bkrkaward.be op deze drie inzendingen gestemd worden. De publieksstemming bepaalt voor 20 procent mee wie de winnaar wordt van de BKRK- wedstrijd #Textiel. Deze winnaar wordt bekend gemaakt tijdens het slotevenement op 10 oktober 2019.

24 uur op pad met PlusTalent!

Met alle PlusTalent Onderwijs Management collega’s 24 uur nagedacht over ‘wie zijn we en wie willen we zijn’. Goed om samen te investeren in onszelf en waar onze kwaliteiten en speerpunten liggen. Onze hoofdvraag was ‘hoe laden we de PLUS van PlusTalent?’

Onze meerwaarde zit vooral in ervaring alle gebieden binnen beroepsonderwijs, zoals invulling geven aan de #kwaliteitsagenda, kwaliteit leveren en borgen, #teamontwikkeling, #situationeelleiderschap en vooral 1 grote belangrijke PLUS:

Vitame A – aandacht! Deze A brengen we op verschillende manieren, in gesprek met onze opdrachtgevers en teamleden, door onze analytische blik en frisse kijk van buitenaf naar binnen en door onze ‘hands-on’ mentaliteit maken we opdrachten ook echt ‘af’!

Samen kwamen we tot een nieuw idee…. Nieuwsgierig? blijf ons volgen, de uitwerken volgt en is voor iedereen in beroepsonderwijs interessant.

Plezier!

‘What we learn with pleasure, we never forget’, schreef Alfred Mercier in de 19e eeuw. In hoeverre zijn wij ons hiervan bewust? Zijn we actief bezig met leren leuker maken of samenwerken leuker maken? Kijken we naar de mate van werkdruk die veel medewerkers in het onderwijs ervaren, zou je denken dat we niet meer leren met plezier….

Eind januari verzorgde ik meerdere workshops tijdens de NOT in de jaarbeurs en ging daar het gesprek aan met de deelnemers over de thema’s binnen Krachtig Vakmanschap. Uit het gesprek haalde ik deze top 5 tips / adviezen en voorwaarden voor plezier in leren en werken:

  • Gebruik humor
  • Geef ruimte
  • Geef erkenning
  • Enthousiasme!
  • Wees positief

Gebruik humor:

Een deelnemer vertelde:’ ik voel mij vaak een cabaretier voor klein publiek, toppunt van plezier!’  Dat betekent niet dat van elk moment in de les een toneelstuk gemaakt wordt, meer dat alle onderwerpen, groot en klein, zwaar en licht, bespreekbaar zijn in de setting van de groep. Door gebruik te maken van non-verbale communicatie, je hele lijf, naast je verbale communicatie maakt zij het onderwerp interessant voor de student/leerling. Dat toppunt van plezier ontstaat als je merkt dat de student jou volgt, enthousiast wordt door jouw verhaal, meer wil weten en daarom actief aan de slag gaat met plezier in het onderwerp.

Geef ruimte:

Plaats een vis in een te kleine kom en hij wordt nooit groter. Dit geldt ook voor iedereen die iets wil leren: krijg je alleen maar ingekaderde opdrachten, dan voel je geen ruimte voor eigen inbreng of creativiteit. Het enige wat van je gevraagd wordt is de juiste antwoorden reproduceren aan de hand van de theorie of een opdracht. De leerstof wordt een invuloefening.  Daar hoeft niets mis mee te zijn, als je alleen wil testen wat iemand onthouden heeft. Maar wat doe je als je wil zien hoe iemand zich ontwikkelt? Welke ruimte geef je om zelf te ontdekken wat je kunt of wilt leren?

Een van de deelnemers zette op de post-it:’zorg voor een krachtige leeromgeving waar studenten tot ontwikkeling kunnen komen’. Ik vroeg wat zij hier mee bedoelde en zij gaf aan: ’Geef ruimte om te leren. Ruimte om fouten te maken in een veilige omgeving, ruimte om onzeker te mogen zijn en ruimte om te mogen stralen van plezier, omdat je iets hebt ontdekt. Ik hoor nog vaak uitspraken als:’ ja maar dat moet van inspectie / CvB / OWC,…’ Gun studenten de ruimte, durf los te laten, want binnen de kaders is de ruimte net zo onbeperkt als daarbuiten!’

Geef erkenning:

Het klinkt zo logisch! En toch is dat niet zo. Veel leerwerk wordt nog beoordeeld met een cijfer of met O/V/G. In hoeverre is een ‘goed’ cijfer of een ‘G’ erkenning van hetgeen deze student laat zien? Ja, het staat leuk op een rapport, maar tegelijkertijd geeft het niet aan wat iemand echt kan, hoe creatief iemand is, of hoe hard iemand zijn best doet om steeds meer te kunnen of iets nieuws te leren. Vaak is de beoordeling / erkenning een vastgelegde vorm, vast gelegd in ‘eindtermen’ of ‘kwalificatiedossiers’ of ‘examenplannen’. Het is een afspiegeling van wat wij, de buitenwereld, vinden dat je moet kunnen na een bepaalde periode in het onderwijs, of na een bepaalde toets. Maar doen we hiermee recht aan het individu? Geven we erkenning voor wie hij of zij echt is?  Bieden we hiermee genoeg handvatten om als volwassene de ontwikkelingen in de wereld aan te kunnen?

Ik zeg nee. Voor mij heeft erkenning te maken met het gesprek, echte aandacht, waardering voor wat iemand laat zien, ook al is dat helemaal buiten hetgeen gevraagd wordt volgens allerlei vastgelegde zaken. Voor mij is erkenning samen met de student zoeken naar zijn kwaliteiten, ruimte bieden om deze kwaliteiten te laten groeien en samen onderzoeken wat al past in de vastgelegde kadertjes en waar we aan gaan werken. Dat geldt niet alleen voor studenten, ook voor teams die samenwerken. Ook voor teamleden is het belangrijk dat je elk teamlid ziet en waardeert. Erken waar iemand goed in is en zet hem in op zijn kwaliteiten.

Enthousiasme!

Klinkt als een open deur. En kunnen we dat: altijd maar enthousiast zijn? Dat zal niet altijd lukken. Iedereen heeft te maken met tegenslag of gewoon een minder goede bui. Toch, als je doet waar je goed in bent, volgt enthousiasme vanzelf. Daarom zijn de eerste 3 punten belangrijk: worden jouw kwaliteiten erkent door je collega’s? Grote kans dat je met meer enthousiasme je werk uitvoert dan wanneer je op een klus gezet wordt waar jouw kwaliteiten niet liggen. Vaak is zo’n klus een energie-slurper, die je letterlijk leeg trekt, waardoor je plezier in je werk daalt, je humor je in de steek laat en je op de koop toe ook nog eens geen erkenning krijgt….

Alles kunnen is niet nodig en overal goed in zijn ook niet. Je mag fouten maken, je hebt ruimte nodig om te leren en dat samen maakt dat je enthousiast aan de slag kunt.

Ik denk nog vaak terug aan een van mijn docenten aan de opleiding pedagogiek. Paul Jeunhomme heette hij en hij wist alles van het boek Emile van Jean Jacques Rousseau en de filosofie achter dit boek. Hij bracht dit zo enthousiast over, je zag aan zijn non-verbale communicatie hoeveel liefde hij zelf voor het vak had, maar ook zijn manier van vertellen bracht zoveel passie over, dat ik ook echt elke letter uit het boek wilde lezen en begrijpen wat Rousseau bedoelde met zijn pedagogisch handelen.

Tot slot: wees positief.

Het is niet altijd eenvoudig, dat erken ik. Een tip van een van de deelnemers om meer positiviteit te ervaren:
‘Schrijf elke dag op welke 3 fijne dingen je vandaag meemaakte. Dat kunnen kleine dingen zijn, zoals een lekker kop koffie of thee, een groet van iemand in het voorbijgaan, maar ook grote. Het gaat erom dat je erkent dat er elke dag wel iets goeds voorbijkomt in je leven!’.

 

Bij de kapper

Die ene vraag:’wie zet jij aan?’ Die vraag werd vandaag weer beantwoord bij mijn bezoek aan de Selma Vermin van ‘van Velsen Kapper’s. Krachtig Vakmanschap lag op de toonbank, zo leuk, dat alleen al maakt mij trots en een blije klant! Selma bevestigde voor mij opnieuw haar hart voor het vak, kappers en opleiding.

Ons gesprek ging onder andere over talent en ontwikkeling, over hoe Selma het soms niet eens is met bijvoorbeeld het voorlopig studieadvies voor een van haar leerlingen. Waar kijk je naar bij een leerling en waarom ziet school iets anders dan de werkgever?

Ik word er heel blij van als ik hoor welke ontwikkelingen Selma ziet:’Ze communiceert met klanten, groeit in haar werkzaamheden, wast en föhnt klanten al prima. Ik zie haar daar echt enorme groei doormaken.’

School legt echter een ander accent. Na het eerste half jaar zien zij onvoldoende vorderingen in vaardigheden als permanent rollers en watergolf wikkels indraaien. Tja en als je dan als leerling hoort op school: ‘we zien onvoldoende groei, denk eens na over een ander beroep.’ Wat doet dat met je motivatie?

Gelukkig is deze leerling een vechtertje! Zij wil zich verder ontwikkelen en pakt het oefenen in de salon en thuis op. Het gaat haar vast lukken ook het rollen en wikkelen onder de knie te krijgen.

Ondertussen zit hier wel mijn zorg en mijn vraag: hoe zorgen we ervoor dat onderwijs en bedrijfsleven samen de ontwikkeling en opleiding van de leerling in onderlinge afstemming oppakken? Hoe zorgen we ervoor dat een leerling positief benaderd wordt en zijn of haar motivatie niet kwijtraakt? Wat doen we aan de onderlinge relatie tussen bedrijven en onderwijsinstellingen om samen tot de essentie van opleiden te komen, tot dat wat er toe doet: stimuleren van groei en ontwikkeling?

Mijn haar kan er weer even tegen, de leerling heeft mij goed geholpen en gewassen, Selma heeft weer een mooie coupe geknipt. Voor mij is dat waar het om gaat: samen kijken naar wat wel kan en hoe je van daaruit elkaar stimuleert en verder ontwikkelt.

 

 

 

Input Eigenaarschap NOT

Het thema eigenaarschap leverde mooie inzichten op bij de workshop deelnemers tijdens de NOT. Op de flap werden inzichten, meningen en ideeën  geplakt en ik haalde daar deze kern uit als top 5 onderdelen van sterk eigenaarschap:

  • Motiveren
  • Durf!
  • Keuzevrijheid
  • Vertrouwen (geven)
  • Passie

Eigenaarschap kan heel letterlijk zijn: je tekent een contract, betaald ergens voor en daarna ben je eigenaar van een product of een huis of een auto of iets anders. Het gaat hier niet om eigenaar zijn van iets tastbaars. Hier gaat het over eigenaar zijn van jezelf, je eigen werkzaamheden, jouw wereld en dan zowel werk als privé: in hoeverre vind jij de balans tussen ‘doen wat moet’ en ‘doen wat ik zelf wil’?

Iemand die zich geen eigenaar voelt van zijn dagelijkse werk is vaak minder productief, creatief en actief. Als eigenaarschap ontbreekt voel je geen ‘flow’, merk je weinig van werkplezier, maar ook weinig positieve verbinding met de mensen en activiteiten om je heen.

Voelt iemand zich wel eigenaar, dan gebruikt hij zijn sterke kanten en ontwikkelt zichzelf steeds verder door vanuit zijn passie te groeien, door te ontwikkelen. Zoek en pak de kans om vanuit je kracht te werken, dan merk je dat je gemotiveerder bent. Iets wat je al kunt wil je delen, daar wil je meer van hebben, want het geeft een gevoel van flow en eigenaar zijn van wat je doet.

Door vanuit je sterke kanten aan de slag te gaan merk je dat je doelen behaald. Het wordt gemakkelijker met anderen samen iets op te pakken, want jouw sterke kant wordt herkend. Door vervolgens samen eigenaar te worden van dat wat je doet, groei je samen nog meer en wordt je sterker. Je voelt het vertrouwen van collega’s / medeleerlingen of de organisatie. Tegelijk ervaar je waardering, omdat je werkt vanuit je kracht.

Waar eigenaarschap ontbreekt hoor je vaak klachten over betutteling, wantrouwen en het niet halen van doelen, omdat niemand doet waar hij goed in is. Het zelfvertrouwen daalt en de zelfstandigheid verdwijnt.

Een van de deelnemers zei:’Besef dat jij je dromen moet najagen’. Dat doet niemand anders voor je! Om eigenaar te zijn en blijven heb je een pro-actieve houding nodig en soms een flinke dosis lef. Niet elke organisatie waardeert een pro-actieve houding direct, maar heb het lef te laten zien wie je bent, waar je goed in bent en waar je voor staat.

Om opnieuw eigenaarschap te ontwikkelen in een organisatie helpt de dialoog. Ga eens met elkaar in een kring zitten en stel elkaar de vraag: ‘Wat doen we hier? Wat is ook al weer de bedoeling?’

Ken jij mensen die helemaal eigenaar zijn van dat wat zij doen of laten zien? Ik kom graag met je in contact om hen te interviewen voor Krachtig Onderwijs!

 

 

 

 

Input Verbinding NOT workshop

Krachtig Vakmanschap is een tijdje onderweg.  De thema’s zijn herkenbaar en dat krijgen Dick en ik terug in het land! In de week van 22 t/m 26 januari 2019 gaven wij aan ruim 100 deelnemers workshops tijden de Nationale Onderwijstentoonstelling in de Jaarbeurs en vroegen wij input voor het vervolg: Krachtig Onderwijs.

In deze blog de samenvatting van een eerste aanzet voor het hoofdstuk ‘Verbinding’ aan de hand van de verkregen input en naar aanleiding van de vraag: ‘wie zet jij aan en hoe doe je dat?’

De deelnemers kwamen uit verschillende hoeken van het onderwijs: Primair onderwijs, beroepsonderwijs, beleids- en adviesfuncties, maar ook uit het hoger onderwijs en bedrijfsleven of defensie. Na een korte toelichting gingen de deelnemers met elkaar in gesprek en gaven op post-is aan hoe zij verbinding zien, ervaren of bevorderen.

Op de poster staat 1 post-it met een groot hart. Dit hart staat voor emotie: verbinding ontstaat niet zonder gevoel of emotie of open staan voor de ander. Dit hart staat ook voor ruimte hebben voor een ander en soms over je eigen schaduw heenstappen om daadwerkelijk in verbinding te raken met elkaar, want als de antwoorden al in je hoofd zitten, heb je zelf onvoldoende ruimte en staat je hart niet open voor nieuwe verbindingen.

Het hart staat ook voor liefde: liefde voor de ander, liefde voor je werk. Vanuit liefde kom je naar waardering. Ieders inbreng is belangrijk, hoe groot of klein of anders ook: als je inbreng van de ander waardeert, sta je meer met elkaar in verbinding, begrijp je elkaar beter en heb je ruimte om stappen te maken. Vanuit liefde is het contact met ‘die lastige leerling’ misschien ineens niet meer zo ingewikkeld, omdat je hem of haar waardeert voor alles wat wel goed gaat. Waardeer je iemand om wat hij laat zien of kan, zie je zijn sterke kanten en zet je die echt in, dan ontstaat er groei en wordt ‘lastig’ ineens niet meer zo zichtbaar.
Werk je vanuit je kracht, dan is er ruimte voor positiviteit en complimenten en dat helpt weer elkaar beter te begrijpen en samenwerken.

Liefde en waardering geeft weer ruimte tot samenwerken. Samen weet je meer, samen bouw je aan iets moois en als je lerenden laat merken dat je echt in hen geïnteresseerd bent, dan krijg je daar heel veel voor terug.

Belangrijk voor het ontstaan van verbinding is ‘ruimte geven’. Besef dat jouw norm, ook echt jouw norm is en niet die van de ander. Geef je elkaar ruimte dan kom je er achter wat de ander beweegt en waarom dat belangrijk is voor de ander. Met dat besef ontstaat ruimte voor waardering en complimenten.
Jouw ‘normaal’ en mijn ‘normaal’ zijn ongelijk. Tegelijk is deze ongelijkheid super interessant! Soms geeft het aan welke persoonlijke doelen iemand wil bereiken, dat nodigt weer uit om een netwerk rond de ander te creëren om hem te begeleiden om zijn doelen ook echt te halen.

Echt midden tussen je leerlingen staan helpt om vanuit gelijkwaardigheid in verbinding met elkaar te staan. Soms heb je een huisbezoek nodig om er achter te komen waarom iemands leefwereld is zoals hij is. Oprechte interesse tonen geeft ruimte voor waardering en complimenten. Begrip voor iemands leefwereld is een sterke schakel in daadwerkelijke verbinding.

Verbinding is ook een vorm van ‘bruggen bouwen’. Bruggen tussen overheden en bedrijfsleven en bruggen tussen jongeren op internationaal niveau. Dit type verbinding bevordert een ander stuk ontwikkeling, zoals begrip voor verschillen in de maatschappij en culturen of ondersteunt taalontwikkeling. Kennis over grenzen heen en begrip voor andere culturen is ontzettend belangrijk voor de toekomst en de ontwikkeling van een lerende. Uiteindelijk komt je weer tot dezelfde kernwoorden: door verbinding met elkaar ontstaat begrip, waardering, liefde, samenwerking en groei.

Een heel belangrijk middel om bovenstaande te bevorderen en bereiken is de dialoog. Vanuit de dialoog is alles mogelijk, bovendien is dialoog altijd en overal mogelijk. Met de middelen van nu en toekomst is het heel eenvoudig elkaar te vinden (denk aan internet, WhatsApp, social media, etc), het gesprek tussen fysieke personen blijft een van de belangrijkste momenten. In een ‘live’ gesprek kun je elkaar aanraken, elkaar non-verbale communicatie waarnemen, verschil in toonhoogte of snelheid van spreken vernemen. Verschillen in inzicht of mening los je niet op via social media, wel in een daadwerkelijk gesprek tussen personen.

Om echt met elkaar in verbinding te komen is de dialoog nog steeds het sterkste middel. Een complimentje van iemand die tegenover je staat is veel sterker dan een complimentje via WhatsApp bijvoorbeeld. Woorden kun je op veel manier interpreteren als ze geschreven staan. Ben je fysiek met elkaar in gesprek, dan kun je elkaar gelijk vragen:’wat bedoel je eigenlijk?’ Deze bijdrage in begrip voor elkaar is belangrijk om echt in verbinding te staan, ruimte te geven aan elkaar en tot samenwerking te komen op basis van oprechte interesse in elkaar.

Bovenstaande werken wij uit met Tips&Tricks om te werken aan verbinding. Wij zoeken inspirerende mensen die wij in het kader van Krachtig Onderwijs mogen interviewen over wat zij doen, waarom zij dat doen en welke werkwijze zij inzetten. Ben jij of ken jij die persoon? Mail ons via het contactformulier of op krachtigvakmanschap@gmail.com

Alvast hartelijke dank!

 

 

Input en kennis delen door workshops

Dick en ik mochten 6 workshops verzorgen tijdens de Nationale Onderwijstentoonstelling 2019 in de Jaarbeurs Utrecht. Dick verzorgde “focus op talent in de praktijk’ en ik ‘Krachtig Vakmanschap in de praktijk’. Samen ontvingen we ruim 100 bezoekers.

Op deze website delen we alle ideeën en kennis die wij tegen komen, dus deden we dit ook in onze workshops! In de workshop Krachtig Vakmanschap in de praktijk heb ik kort weergegeven wie ik ben en hoe ik tot het boek Krachtig Vakmanschap ben gekomen, daarna 6 minuten aandacht gegeven aan de hoofdthema’s in het boek: waar draaien de thema’s om? wat betekenen de thema’s in jouw beroepspraktijk? Wie heeft jou aangezet? Wat geef je ons mee waarmee we Krachtig Vakmanschap kunnen doorontwikkelen naar Krachtig Onderwijs?

Fantastisch hoe alle bezoekers bereid zijn te delen! We hebben weer helemaal nieuwe verhalen gehoord, bijvoorbeeld hoe een zus iemand onbewust aanzette om het onderwijs in te gaan, of hoe een eerste vakantiebaantje heeft geleid tot inzichten en een beroepskeuze tot de zeer inspirerende docent die altijd geloofde in de leerling en vanuit dat wat de leerling wel kan voor elke leerling een eigen route bedacht waarin hij of zij kon uitblinken. Mooie verhalen, waar we dankbaar voor zijn.

De komende weken maak ik van elke poster met input een eerste aanzet voor het boek Krachtig Onderwijs. De input op de posters gebruik ik om vulling te geven aan de inleiding van elk hoofdstuk. 2019 gebruiken we verder om met mensen in gesprek te gaan. We hebben al een mooi verlanglijstje, maar weten zeker dat er nog namen / scholen / mensen / bedrijven missen. Heb jij nog iemand waarvan je zegt: ‘voor Krachtig Onderwijs moet je echt met hem of haar praten?’ We horen het graag van je!

Krachtig Vakmanschap wenst iedereen een Krachtig 2019!!!

Voor iedereen een krachtig en gezond 2019! Ik wil dit jaar graag goed beginnen en geef daarom 2 gesigneerde exemplaren van mijn boek KrachtigVakmanschap weg. Waarom en waarom 2? In 2019 maken we weer volop nieuwe herinneringen. Naast KrachtigVakmanschap werken we nu aan het vervolg: KrachtigOnderwijs. Voor dit vervolg zoeken we verder naar mensen die iets bijzonders laten zien waardoor zij een ander ‘aan’ zetten. Mensen die werken vanuit verbinding en eigenaarschap aan dat wat hen beweegt. Mensen die vanuit authenticiteit, leiderschap laten zien en daarmee anderen enthousiasmeren voor beroepen en vaardigheden. Maar vooral ook mensen die plezier hebben en uitstralen in wat zij doen en daardoor geen belemmeringen ervaren in regels en kaders maar daar juist creatief mee omgaan. Vertel mij wie jij mijn boek gunt en waarom ( stuur een mailtje of plaats een reactie onder deze post), zondag 6 januari zet ik alle namen op een briefje en kies samen met Dick een verhaal uit. Hij of zij krijgt een boek voor zichzelf en een voor de persoon die hij een boek gunt. Wie gun jij KrachtigVakmanschap?

Workshops Krachtig Vakmanschap

Krachtig Vakmanschap workshops op de NOT! Voor iedereen een gezond en inspirerend 2019! Ik hoop dat ik daar een bijdrage aan mag leveren: op 22, 23, 24 & 26 januari verzorg ik samen met Dick Bathoorn workshops KrachtigVakmanschap  met het thema: ‘Wie zet jij aan?’ Geen lang verhaal, vooral samen DOEN! Geef je op via NOT-online, ik zie je graag op 22, 23, 24 of 26 januari 2019 in de Jaarbeurs.

Werkwijze Zelforganiserend Team

De vraag

Voor veel van mijn opdrachten is de eerste aanleiding om mij in te schakelen een concreet aanwijsbare oorzaak: De didactische vaardigheden blijven achter, de onderwijskwaliteit blijft achter en er staat een inspectie bezoek voor de deur, de student tevredenheid is onder de maat, etc. In het gesprek over de opdracht komt vaak een opmerking tussendoor als: ‘we werken met zelfsturende teams’, of: ‘de teams zijn hier aan zet.’

In gesprek met de opdrachtgever vraag ik altijd door en vaak komen we samen tot de conclusie dat de aanleiding voor ons gesprek weliswaar een concreet aanwijsbaar vraagstuk is, maar er echt aandacht voor het team nodig is om daadwerkelijk iets te veranderen. Een soort ‘twee-sporenbeleid’ voor de grootste kans op een duurzame verandering.

Een opdracht kan bijvoorbeeld zijn: werken aan de studenttevredenheid voor de opleidingen en doorontwikkeling team tot een zelf-organiserend team.

Mijn werkwijze

Ik werk met een aantal vaste stappen:

  1. Kennismaken en begripsbepaling
  2. Onderzoeken en informatie verzamelen
  3. Confronteren, delen, acties inzetten
  4. Mijzelf overbodig maken: werkzaamheden terugleggen waar zij horen. In het team en bij de eigen leidinggevende

Achter elke stap zit een stevige evaluatie: wat weten we nu? Wat betekent dat? Waar gaan we nu mee verder? Etc.

1: kennismaken en begripsbepaling

Tijdens de eerste kennismaking in het voltallig team, vertel ik wie ik ben, waarom ik er ben, wat mijn verwachtingen zijn en dat ik met elk teamlid individueel in gesprek ga om zo helder zicht te krijgen op het reilen en zeilen binnen het team. Het is handig om dan direct te achterhalen welke begrippen we delen en welke verschillen.

Zelf kies ik voor de term ‘zelf-organiserend’ team. Ik heb gemerkt dat de termen ‘zelfsturend’ en ‘team aan zet’ vaak verwachtingen opwekken die uiteindelijk niet helpen om de bedoeling te realiseren. De misvatting bij zelfsturing of team aan zet is vaak dat het team er alleen voor staat.

Bij de term ‘zelf-organisatie’ is het duidelijker dat binnen kaders, afspraken en regels de verantwoordelijkheid bij de teamleden ligt om daar samen vorm aan te geven. Vormgeven aan lesprogramma’s, omgang met elkaar, student en omgeving, innovatie, examinering, kwaliteit, etc. En heel belangrijk: zelforganisatie doe je niet alleen, dat doe je samen.

2: onderzoeken en informatie verzamelen

Binnen maximaal 4 weken ga ik met elk teamlid afzonderlijk in gesprek. Elk gesprek kent een vast stramien. Ik stel mijzelf nogmaals, persoonlijk voor. Ik geef in dit voorstelmoment het voorbeeld: zoals ik mijzelf voorstel, wil ik ook graag van de ander horen wie hij of zij is. Om goed beeld te krijgen van elk teamlid stel ik iedereen dezelfde, open, vragen:

  • Wie ben jij? (leeftijd, prive, hobby’s, woonplaats, etc)
  • Wat doe je hier? (functie, lessen, taken, rol, etc)
  • Hoe gaat het hier? (dagelijkse gang van zaken, hoe lopen de hazen?)
  • Wat vind jij daarvan? (hoe kijk jij tegen de huidige gang van zaken aan?)
  • Wat is jou ambitie, als ik weer weg ben: wat is er dan gebeurt in deze organisatie, waardoor je elke ochtend met groot plezier naar je werk gaat? (welke droom heb je?)

Deze vragen leveren mij bijzonder veel informatie op. Niet alleen door de concrete antwoorden: ook door de non-verbale communicatie tijdens het gesprek. Hoe iemand non-verbaal reageert en erbij zit vertelt mij veel over iemands openheid, gemak of ongemak in het gesprek etc.

Naast de gesprekken verzamel ik informatie: wat is er organisatie breed afgesproken, welke metingen / evaluaties / enquêtes vonden plaats, welke plannen zijn gemaakt? Uit vergaderingen en andere activiteiten neem ik indrukken mee. Hoe een vergadering loopt geeft een waardevolle blik op hoe teamleden met elkaar samenwerken, of juist niet.

3: confronteren, delen en acties inzetten.

Vaak weet het team heel goed wat er aan de hand is, waar verbetering mogelijk is en blijkt dat het grootste deel van de teamleden niet in zijn kracht zit. Dit komt vaak door aannames, oordelen en ‘idea-killers’. Helaas hoor ik ze nog veel voorbijkomen: ‘hebben we al geprobeerd’, ‘dat mag niet van het CvB’, ‘dat kan ik niet’, ‘daar is geen geld voor’, ‘daar is geen tijd voor’ en natuurlijk: ‘het zal mijn tijd wel duren’.

Dan wordt het tijd voor de confrontatie: wat laten jullie zien? Welke aannames en oordelen liggen daar onder? Wat is de waarheid onder alle aannames en oordelen?

In veel gevallen pas ik ook een teamdiagnose toe die laat zien hoe het team over zichzelf denkt op deze gebieden:

  1. Sociale cohesie
  2. Vertrouwen
  3. Psychosociale veiligheid
  4. Open communicatie
  5. Feedback geven en vragen
  6. Taak- en rolverdeling

Aan de hand van het gesprek dat op de uitslag volgt, plannen we acties. Deze acties monitor ik in eerste instantie zeer strak. In een wekelijkse stand-up bijeenkomst bespreken we wat wel en niet uitgevoerd is: welke doelen hebben we deze week behaald, welke niet? Welke ondersteuning heeft iemand nodig om dat doel wel te bereiken volgende week?

In het begin vinden team leden het moeilijk om elkaar aan te spreken en open te communiceren. Door dit proces strak te begeleiden, zie je elke week groei. Na een paar weken tot een maand ligt een deel van het monitoren van de afspraken al bij een aantal teamleden zelf. Afhankelijk van het team, verloopt dit proces sneller of langzamer.

Start met kleine, haalbare doelen. Breek grote doelen op in kleine, overzichtelijke stappen. Zorg voor succesbeleving. Als bijvoorbeeld de student tevredenheid laag was, kan het enorm veel opleveren de studenten bij het ontwikkelproces te betrekken en maandelijks met de klassen de ingezette weg te evalueren.

4: mijzelf overbodig maken

Stap voor stap komt het einde van de opdracht in zicht. De primaire opdracht (inspectie proof zijn, verhogen tevredenheid, vergroten didactische vaardigheden) vertoont zichtbare groei. De secondaire opdracht, het zelforganiserende team, is elke dag succesvoller. Dan is het tijd een goede overdracht te begeleiden.

Zelf vind ik het fijn om teamleden meer en meer zelfstandig in rollen en taken te zien groeien. Hoe de overdracht naar de eigen leidinggevende plaatsvindt is heel belangrijk. Vergeet je dat, dan krijg je een enorm terugval. In veel opdrachten is daar het tertiaire deel: de directeur, manager of teamleider ondersteunen in zijn rol als leidinggevende van een zelf-organiserend team.

Wil je meer weten over mijn werkwijze: dit was een tip van mijzelf, je kunt mij bereiken via het contactformulier op de site. Voor het gemak geef ik je hier ook het mailadres: krachtigvakmanschap@gmail.com

Hartelijke groet,

Ageeth